Reactie Stichting Recht & Ontwikkeling voor de Inheemsen (ROI) op de Wet Bescherming Woon- en Leefgebieden
Stichting Roi heeft kennisgenomen van het overleg tussen president Jennifer Simons en het Traditioneel Gezag van de Inheemse en Tribale Volken over de voorgenomen Wet Bescherming Woon- en Leefgebieden.ROI onderschrijft de noodzaak om met spoed maatregelen te treffen die voorkomen dat de overheid nieuwe grondtitels, concessies en andere gebruiksrechten aan derden verstrekt binnen de woon- en leefgebieden van Inheemse en Tribale gemeenschappen. Door de voortdurende uitgifte van gronden en concessies kunnen onomkeerbare situaties ontstaan, terwijl de collectieve grondenrechten van deze volken nog altijd niet volledig wettelijk zijn erkend.
Een tijdelijke beschermingswet kan daarom een belangrijke noodmaatregel zijn. Deze maatregel kan echter uitsluitend worden ondersteund wanneer duidelijk wordt vastgelegd dat zij:
- Geen vervanging vormt voor de wettelijke erkenning van de collectieve grondenrechten;
- Het grondenrechtenproces niet vertraagt, beperkt of opnieuw ter discussie stelt;
- Geen afbreuk doet aan bestaande internationale verplichtingen van de Staat Suriname;
- In volledige en betekenisvolle samenspraak met het Traditioneel Gezag en de betrokken gemeenschappen tot stand komt.
Het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens heeft onder meer in Het Saamaka-vonnis (2007) en het Kali’na en Lokono-vonnis (25 november 2025) vastgesteld dat Suriname effectieve wettelijke maatregelen moet treffen om de collectieve eigendomsrechten op traditionele gebieden te erkennen, af te bakenen, te demarceren en juridisch te waarborgen. Het gaat daarbij niet alleen om de bebouwde dorpskernen, maar om de volledige traditioneel gebruikte gebieden waarvan de gemeenschappen voor hun cultuur, voedselvoorziening, spiritualiteit, bestaanszekerheid en voortbestaan afhankelijk zijn.
ROI acht het daarom van groot belang dat het begrip “woon- en leefgebieden” niet te beperkt wordt uitgelegd en vastgelegd. Bescherming mag zich niet uitsluitend richten op een kleine zone rondom een dorp. Ook landbouwgronden, kostgronden, jacht- en visgebieden, waterwegen, heilige plaatsen, begraafplaatsen, bossen en andere traditioneel gebruikte gebieden moeten onder de bescherming kunnen vallen.
Daarnaast vraagt ROI aandacht voor de volgende waarborgen:
- Er moet onmiddellijk een tijdelijke stop komen op nieuwe gronduitgiften, concessies en vergunningen in gebieden waarop Inheemse en Tribale gemeenschappen aanspraak maken, totdat duidelijk is vastgesteld dat deze gebieden niet worden aangetast.
- De vaststelling van grenzen en coördinaten moet samen met de betrokken gemeenschappen en hun Traditioneel Gezag plaatsvinden. De bewijslast mag niet uitsluitend bij de gemeenschappen worden gelegd.
- Bestaande concessies en grondtitels binnen of nabij traditionele gebieden moeten eveneens worden geïnventariseerd en juridisch beoordeeld.
- Alle aanvragen, kaarten, coördinaten, vergunningen en besluiten moeten openbaar en controleerbaar zijn.
- Gemeenschappen moeten toegang hebben tot een onafhankelijke bezwaar- en beroepsprocedure wanneer hun rechten dreigen te worden geschonden.
- Voor projecten die traditionele gebieden of natuurlijke hulpbronnen raken, moet het recht op vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming — Free, Prior and Informed Consent, oftewel FPIC — worden gerespecteerd.
- De bescherming moet ook gelden tegen milieuvervuiling, ontbossing, goudwinning en andere activiteiten die buiten een dorpsgebied plaatsvinden, maar wel ernstige gevolgen hebben voor water, natuur, gezondheid en bestaanszekerheid binnen de gemeenschappen.
ROI ondersteunt dat het Traditioneel Gezag meer tijd heeft gevraagd om de wet, de werking en de mogelijke gevolgen zorgvuldig te bestuderen.
Werkelijke participatie betekent immers meer dan het achteraf geven van commentaar op een reeds opgesteld wetsvoorstel. De inzichten en bezwaren van het Traditioneel Gezag moeten aantoonbaar worden verwerkt voordat de wet wordt afgekondigd.
Bij de voorgenomen omschrijving van de positie en bevoegdheden van het Traditioneel Gezag is eveneens grote zorgvuldigheid vereist. Wettelijke erkenning van het Traditioneel Gezag is noodzakelijk, maar de overheid mag niet eenzijdig bepalen wie binnen een gemeenschap als gezagsdrager wordt erkend. De eigen gebruiken, procedures, bestuursvormen en zelfbeschikking van de betrokken volken en gemeenschappen moeten daarbij leidend zijn.
ROI benadrukt het belang dat de regering, naast deze tijdelijke beschermingsmaatregel, in overleg met het Traditioneel Gezag een openbaar en toetsbaar tijdpad vaststelt voor:
- De wettelijke erkenning van de collectieve grondenrechten;
- De erkenning van de rechtspersoonlijkheid van Inheemse en Tribale Volken;
- De afbakening, demarcatie en collectieve titulering van traditionele gebieden;
- De wettelijke verankering van participatie, consultatie en FPIC;
- De uitvoering en monitoring van de uitspraken van het Inter-Amerikaans Hof.
De bescherming van woon- en leefgebieden is urgent en noodzakelijk. Zij vormt echter slechts een eerste noodvoorziening. Het uiteindelijke doel moet onverminderd blijven: volledige, effectieve en juridisch afdwingbare erkenning van de collectieve rechten van de Inheemse en Tribale Volken van Suriname.
Duurzame rechtszekerheid en niets slechts tijdelijke bescherming.
Samen met de gemeenschappen en niet over de gemeenschappen.
Stichting Recht & Ontwikkeling Inheemsen (ROI)
























